VERKEER KOMT VAN ONDEREN EN DE STAD IS A-PRIORI SLIM, de openingsquote van Zef Hemel op het Congres VERKEER IN DE SLIMME STAD zet de stedelijke opgave op scherp.

Het Verkeersnet Congres in ‘de Fabrique’ Utrecht is door brede belangstelling in haar opzet geslaagd lijkt me. Na de drie keynote sprekers, presenteerden 30 stedelijke professionals ondergebracht in 6 hoofdthema’s, slimme infra, tools, planning, logistiek, burgers en slimme verplaatsingen; een breed scala aan relevante onderwerpen.

Zef Hemel, UvA & Economic Board Amsterdam, gaf de aftrap met zijn quote “STEDEN ZIJN A-PRIORI SLIM”, dat lag in lijn met wat wij vanuit de programmaraad duidelijk wilden maken aan de bezoekers met een serie korte presentaties. Wij zijn intellectueel eigenaar van de stad lijkt me, wij zijn ook ons brein en dat staat model voor de stad als slim product daarvan.

Zijn tweede quote, “VERKEER KOMT VAN ONDEREN” was de opmaat van een kritisch exposé over top down ingrijpen in stedelijke gebieden zoals de plannen voor Parijs van Haussmann die naar zijn mening “de stad kapot heeft gemaakt”. Het heeft volgens hem de lagere inkomens op de barricades van de Parijse Commune gedreven en vervolgens naar de stadranden verdrongen. Hij vroeg zich vervolgens af welke prijs steden gaan betalen voor het top down planologisch oplossen van de toenemende mobiliteit, in het bijzonder die van het fietsverkeer. Hij gaf aan dat er inmiddels andere denk- en uitvoeringslijnen beschikbaar zijn in de wereld die los staan van modeldenken en top down stedelijke regie. Een slim actueel voorbeeld daarvan zijn de busdiensten in Nairobi die, bottom-up vanuit individuele initiatieven, gefaciliteerd door moderne ICT middelen, zijn ontstaan. Een voorbeeld van een effectief stedelijk vervoerssysteem dat tot collectieve consensus heeft geleid.

Ik kan niet ontkennen dat de impact van de Parijse verkeersingreep, met zijn militaire sidekick, inderdaad enorm was maar het heeft in latere decennia Parijs juist door die sociaalpolitieke confrontatie tot het centrum van Europa gemaakt. De stad was een middeleeuws labyrint, zo ontoegankelijk dat noodzakelijke economische ontwikkelingen geen draagvlak kregen en de stad een sociaal kruitvat werd.
Nairobi is een casus waar formele structuren top down ontbreken en informele processen uiteindelijk tot een functioneel-ruimtelijk gewenst resultaat hebben geleid, een efficiënt stedelijk systeem met een effectieve uitvoering van busdiensten voor transport van mensen. Wij hebben in de favela projecten van Rio soortgelijke processen gezien. Grote groepen mensen realiseerden in korte tijd op basis van onderlinge afspraken en regie van enkelen op informele wijze onder moeilijke omstandigheden een woongebied. Het verschil met de formele planning is politieke semantiek en financiering in uitvoering en kwaliteit. De planningsdoelen en ordeningsprincipes zijn in feite gelijk, een bijna Darwinistische logica.

Als we ons even de latere plannen in de jaren '60 voor grootschalige verkeersingrepen zoals in Groningen en Amsterdam in herinnering roepen krijgt de opmerking van Zef Hemel over schade aan steden door top down ingrijpen een meer actuele context. Die plannen zijn gelukkig op tijd gestopt, de Wibautstraat is een wonderlijk bewijs daarvan en de plannen voor Groningen hadden het gehele westelijke deel van de stad van het station tot ver voorbij de A-Kerk naar het noorden kapot gemaakt. Ook de jarenlange discussie in Londen over de plannen voor grote infrastructurele ingrepen ten behoeve van de ontsluiting van de stad verwijst naar complexe politieke dilemma’s. Noodzakelijke ruimtelijke transities vereisen onvermijdelijke keuzes in een dynamische en groeiende stedelijke samenleving die zich gevangen voelt in een fysiekruimtelijk keurslijf en politieke regie enerzijds en urgente sociaal maatschappelijke flexibiliteit anderzijds.

De tweede spreker Kees d’Huy spraak vanuit zijn rol bij TNO, en haar opdrachtgevers op de bijrijdersstoel, over de grote honger naar big data informatie en urban dashboarding om greep te kunnen houden op de ontwikkelingen van mobiliteit in stedelijke gebieden. Die technologie biedt middelen om het systeemdenken te innoveren, risico’s in te schatten, regie te hebben en daarmee problemen te voorkomen. Het in real-time visualiseren van big-datasystemen over het gebruik van de stad, en het handelen, bewegen, denken en voelen van mensen lijkt antwoord te kunnen geven op die grote behoefte aan inzicht vanuit stedelijk management, de politiek en de wetenschap.

Dat laatste maakt duidelijk dat die technologie ook onderdeel is van grotere belangen, van politieke discussies ten aanzien van democratie, gebruiksintegriteit, data-eigendom en enorme geldstromen door de macht van de getallen. De veelbesproken Uber en Airbnb zijn producten van een Amerikaanse samenleving waarin top down staatsinvloed wordt beschouwd als interference: een onrechtmatige inbreuk op de persoonlijke vrijheid. Onze Europese samenleving heeft een rechtssysteem ontwikkeld waarin, ten gunste van the common good het collectieve belang, een stukje persoonlijke vrijheid is afgestaan en generieke regels zijn gemaakt ten behoeve daarvan. Deze ontwikkelingen tonen het gat tussen de kracht van de virtuele innovatie en de weerbarstigheid van verworven en gewaardeerde waardensystemen in sociaaleconomische en fysieke zin.

Experts over de gehele wereld vragen zich in het verlengde van deze processen af in hoeverre het (door)ontwikkelen van mobiliteitsmodellen nog relevant is en rendeert. De technologie die ten grondslag zou moeten liggen aan het denken door experts over de formele stedelijke regie en planning, word in toenemende mate gevoed door iedere real-time gebruiker van ICT-middelen aan de basis van de samenleving. Mensen zijn een agent in de structuur van de big-data clouds en representeren realtime hun wereld, hun denken en doen bottom-up. Er is een slimme samenleving ontstaan die ruimte en vrijheid biedt voor het maken van individuele keuzes in tijd, ruimte en handelen. De constante productie en innovatie van tienduizenden slimme gadgets & app’s gemaakt door slimme mensen faciliteren de keuzes van de stedeling, die hij ad hoc onvoorspelbaar in ogenschijnlijke chaos consumeert. Hij legitimeert daarmee tegelijk de vraag naar een eigen regie.

Dat staat in schril contrast met de gevolgen van modeldenken in steden. Verkeer wordt in het stedelijke netwerk door manipulatie en inrichting modelmatig opgeschaald wat betekent dat gebruikers/bewoners zo snel mogelijk uit hun eigen wijk/buurt netwerk worden geleid. Dit betekent dat een klein deel van het netwerk, met een kapitaalintensieve afwerking en enorme kosten voor instandhouding, intensief wordt gebruikt. Het overige netwerk, met een kapitaalextensieve afwerking, ligt er in feite ongebruikt bij. De meeste stedelijke netwerken hebben het vermogen het verkeer optimaal te kunnen faciliteren; ze kunnen als het ware ademen waardoor gebruikers op basis van eigen inzicht en behoefte letterlijk richting kunnen geven aan hun bewegingen. Verkeersmodellen maken dat in toenemende mate onmogelijk, wat leidt tot structurele tekorten op onderhoud van stedelijke infra.

Via NIMBY-opvattingen hebben we tegelijk een vorm van privatisering van het publiek domein in steden gefaciliteerd en daarmee ongelijkheid in gebruik en toegankelijkheid veroorzaakt. Als we dat koppelen aan andere vormen van insluitingsprocessen door slechte doorkoppeling van netwerken, slechte hechting van buurten en wijken aan elkaar en de netwerken van de centrale stad, begrijpen wij wel waarom er krachtwijken en gated communities bestaan.

De fysiekruimtelijke fragmentatie veroorzaakt een aantasting van het sociaal economisch draagvlak van wijken en buurten en een ontwaarding van vastgoed in gebieden. De gelijktijdige concentratie van specifieke bevolkingsgroepen met lagere inkomens is een recept voor problemen, maatschappelijke tweedeling en een sociaaleconomische fragmentatie van de stad.
Volgens de derde spreker Erik-Mark Huitema van IBM zijn er wereldwijd duizend maal meer sensors actief dan er graankorrels geoogst worden. Hij maakte daarmee in een keer duidelijk hoe enorm die technologische impact in feite is. Hij verwoorde de taak en betekenis van ‘the internet of things’ in drie aspecten instrumented, interconnected & inteligent.

Zoals ik het begrepen heb is het realiseren van realtime informatie en dashboarding in de wereld volgens IBM al een achterhaalde zaak, de essentiële betekenis van big-data mining en verwerking is forecasting wat een maatschappelijke bijdrage moet leveren aan meer awareness, anticipatie & acting upon die informatie.

Zijn woorden benadrukken nogmaals dat de mogelijkheden van de technologische ontwikkelingen vrijwel grenzeloos zijn, de hoeveelheid (big) data op basis daarvan is navenant. Dat laatste trekt een wissel op selectie en filtering, op coördinatie van ontwikkelingen en functionaliteit ervan, op formattering en interpretatie ervan en uiteindelijk op archivering, terugkoppeling en legitimering van uitkomsten. Zonder dat proces ontstaat gebrek aan transparantie en controle, effectieve data en de kans op een oneigenlijke toeeigening, afscherming van data die in feite niet in bezit zijn, en gebrek aan toegevoegde maatschappelijke waarde. Dit leidt tot fragmentatie van kennis en expertise waardoor we opnieuw de kans lopen steeds het wiel opnieuw te moeten uitvinden of kennis, invloed en macht te verliezen.

De gedachte dat het afschermen en achterhouden van data een goede zaak is vormt een reële bedreiging van de democratie. Het openstellen en delen ervan is een logische stap in een proces van bottom up stedelijke innovatie en het zelfregulerend participatievermogen van de stedelijke samenleving. Open data zijn voorwaardelijk voor de innovatie van de democratie, een volgende fase in de emancipatie van de samenleving. Data voeden kennis, kennis is macht en delen van kennis is delen van macht. Het een gaat niet zonder het ander.
Het gat tussen de virtuele wereld van slimme (big) data en de fysieke wereld van de stad met zijn stromen van goederen en mensen, met zijn plaatsen van betekenis en waarde waar alles samenkomt en geconsumeerd wil worden moet gedicht worden. Steden kunnen aan vitaliteit, kwaliteit van leven, effectiviteit en financiële functionaliteit voor governance winnen. De opgave voor elke ruimtelijke professional is een bijdrage leveren aan dat proces, alle thema’s die aan de orde zijn geweest zijn middelen daartoe.

De sociaaleconomische opgave van steden vraagt om functioneel-ruimtelijke innovaties. Dat is een agenda die op ons bord ligt en nieuwe vormen van expertise adresseert; dat betekent het loslaten van opvattingen, het prijsgeven van comfort zones en het slechten van schotten en intensief delen van kennis.

Peter de Bois
Mei 2015 Amsterdam

Add new comment

Filtered HTML

  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Allowed HTML tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Lines and paragraphs break automatically.

Plain text

  • No HTML tags allowed.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.